Ransuil 'The Underdog'

Wij uilenbeschermers koesteren allemaal een sympathie voor ‘The Underdog’: een geboren verliezer die geen kans maakt op succes. Maar wat is er mooier dan wanneer diezelfde underdog een onverwacht en bij voorbaat uitgesloten succes boekt? Maar wél met een beetje hulp. 

Sinds de sterke afname van het aantal kerkuilen eind jaren zeventig en het begin van de kerkuilenbescherming begin jaren tachtig, heeft de populatie zich door het plaatsen van nestkasten hersteld. Ook de steenuilen namen in aantal ingrijpend af en daarom werd er in 1999 een soortbeschermingsplan opgesteld om ze voor uitsterven te behoeden.

Inmiddels kunnen we wel zeggen dat de uilenbescherming een groot succes is. Met als kers op de taart de jaarlijkse broedcontroles, waar wij bij wijze van spreken samen met de erfbewoners staan te juichen bij de aanblik van een aantal pluizige kuikens van de steenuil.

Maar er is nog een uil die drastisch in aantal afneemt (70% volgens de laatste SOVON vogelatlas). Het is een stille uil, moeilijk te vinden en hij steekt schril af tegen het luidruchtige steenuiltje, die menige erfbewoner wakker houdt. Gelukkig attendeerde mijn uilenmaatje Christien Hermsen mij op deze uil. Zij hield de ransuilen in de gaten en was, en is nu nog steeds, verslingerd aan deze soort.
In de periode van de broedcontroles van steenuilen gingen wij daarom vervolgens nog even door naar de ransuil. Dat werd een ervaring om nooit meer te vergeten. In tegenstelling tot de ouderuilen van deze soort, worden de jongen niet voor niets ‘piepende deurbeestjes’ genoemd. Het geluid, dat ons als muziek in de oren klonk, kwam ons van verre tegemoet en we zagen zelfs de jongen tijdens hun eerste vlieguren. Dit was het begin van de ransuilenwerkgroep. Inmiddels zijn we zeven jaar verder.

Het leuke van deze uil is dat er nog veel over te ontdekken valt. We hebben veel geleerd over winterroesten, baltsgedrag, nestbepaling, jongen en de onderlinge communicatie via geluiden. Er gaat ontzettend veel tijd in zitten. Soms ben je een winterroest kwijt en word je er moedeloos van als je die niet meer terug kan vinden.

Tja, en waarom dat belangrijk is? Het zou jammer zijn als we deze prachtige uil zomaar zouden laten verdwijnen zonder iets te ondernemen. Daarvoor zullen we ook meer over hem te weten moeten zien te komen, zodat er beschermingsmaatregelen genomen kunnen worden. Een kast ophangen werkt bij een ransuil niet, want hij maakt gebruik van oude kraaien- en eksternesten. Daarnaast zien we ook een verplaatsing van natuurgebieden naar de menselijke omgeving, zoals achtertuinen. 

De kers op de taart dit jaar. In ons werkgebied zijn inmiddels al vier broedgevallen bekend van de meest sociale uil, hij groepeert immers niet voor niets in winterroesten. Ook zijn er meer meldingen van jonge ransuilen bij ons binnengekomen door andere werkgroepen. In tegenstelling tot 2015, waar het op een enkel broedgeval na, Brabant-breed verdacht stil bleef.

Er zal nog veel moeten gebeuren wil de ransuil populatie zich herstellen. Maar het succes van onze eigen ‘Underdog’ dit jaar en het zien van drie pluizige ransuilenjongen, compleet met Zorro-masker rondom de ogen bovenop een nest, was daarom reden tot luid gejuich!

Foto: Corne Versteeg