Fordje

De turfvaart stroomt al eeuwen lang door de Pannenhoef. Langs haar oevers is het een bedrijvigheid aan planten -en dierenleven. Duizendblad, gele lis, eenden, libellen en juffers, noem maar op. Maar na een bepaalde tijd is het stil. Dan is het waterschap langs geweest en zijn de slootkanten gemaaid om de waterafvoer te verbeteren. Begrijpelijk na deze regenachtige juni maand. 

Grote plukken met maaisel zijn in het weiland gelegd en collega Bart en ik mogen het opruimen. Na een kort beraad besluiten we het goed aan te pakken en twee trekkers mee te nemen. Bart gaat op het oude Fordje 3600 waar we de kiepkar achter hangen, en ik op de grote trekker met voorlader. Hoestend en trillend komt het oude ding tot leven als het sleuteltje wordt omdraait. Ondanks dat er duidelijk wat artrose in zijn wieltjes zit, komt het in beweging en steekt Bart vrolijk zijn duim op. We rijden de schuur uit, hangen met wat moeite het kiepkarretje er achter en ik spring in de grote trekker. We kunnen op pad.

Om het snel op te ruimen, rij ik langs de turfvaart naar het uiterste eind van het weiland. Daar laat ik mijn voorlader zakken tot de tanden van de riek nèt boven de grond hangen. Dan rijd ik langs de vaart, zodat ik alle hopen met plantenresten bij elkaar duw tot een grote hoop. Bart zit lekker onderuit op zijn stoeltje te wachten tot ik al het spul verzameld heb. Doordat hij gehoorbescherming op heeft, merkt hij niet dat ik al bij hem ben. Voorzichtig schep ik een grote pluk planten op en rij naar zijn kiepkarretje.

Met een grote plof laat ik het vallen en zie nog net de grote schrikogen van Bart. Breed grijzend komt hij achter de hoop vandaan en kijkt hoe ik de kar verder vol laad. Rustig steekt hij zijn hand op als de kar vol is, stapt op krijgt het oude beestje in beweging. Hobbelend verdwijnt hij naar de uitgang van het weiland, maar daar stopt hij. De kar is zo zwaar dat het trekkertje begint te steigeren uit protest. Snel rij ik naar hem toe en heeft hem een flinke zet met de riek. De combinatie bereikt met een hupje het zandpad en Bart maakt dankbare gebaren en vervolgd zijn weg. 

Na een tijdje kijk ik op mijn horloge en kom er achter dat bij wel heel lang wegblijft. Op dat moment gaat mijn telefoon en als ik opneem hoor ik de geërgerde stem van mijn collega. “Ik zit vast!”, bromt hij in de telefoon en terwijl hij uitlegt waar hij is, probeer ik mijn lachen in te houden en serieus te antwoorden, wat deels lukt. Ik kom hem te hulp en na een krot ritje zie ik hem met zijn voeten op het stuur en zijn armen over elkaar op het trekkerstoeltje zitten. 

Tot zijn assen zit het oude Fordje ingegraven en is er geen beweging meer in te krijgen. Met een hijsband trek ik hem uit de drek en we beloven het arme ding dat we hem niet meer zullen mishandelen en hij de volgende dag weer gewoon mee mag me de vrijwilligers. Hij hoest een keer als antwoord. 

Huug