Vette Pokémon

Je hebt tal van natuurtoeristen. Er zijn vogelspotters, argeloze wandelaars, driftig priemende Nordic Walkers en langszjoevende mountainbikers. Om er maar een paar te noemen. Een nieuwe categorie dient zich aan. Al een tijdje bezie ik met enige verbazing allerlei figuren die met smartphone in de hand op de meest gekke plekken en tijden opduiken. 

Toen ik vier jongeheren in een eikenboom aantrof in ontoegankelijk gebied was mijn maat vol en vroeg ik opheldering. Ze zochten ‘gewoon’ Pokémon. Nog steeds heb ik me er niet in verdiept. En er bekruipt me ook nog steeds weinig behoefte daar toe. Maar ik heb er al wel een beter beeld bij inmiddels. Dat ging zo.

Met m’n collega knapte ik een klusje op in drassig gebied. We stonden in het veld en een brede rietkraag scheidde ons van een wandelpad. Plotseling klonk er een kreet vanachter het riet. “Hé, zijn daar ook vette Pokémon?” Blijkbaar kon de jongeman achter de kreet zich nauwelijks voorstellen dat mensen om een andere reden in het veld bezig zouden zijn. Op mijn gekscherend antwoord “ja, hele vette!” klonk meteen een luid gekraak van riet. Nu weet ik dat riet doorgaans de aanwezigheid van water verraad, maar zij klaarblijkelijk niet. De twee wezens die proestend en druipend uit het riet opdoken hebben nu dus mijn beeld gevormd bij de term ‘vette Pokémon’.

1 ErikdeJongeEdJ