Heikikker in 'Den Duyl'

Op een mooie lenteavond in mei (2016), inventariseerden we met de plantenwerkgroep van onze natuurbeschermings-vereniging Altenatuur de Ecologische Verbindingszone (EVZ) Den Duyl. Deze strook is ingericht als corridor langs een afwateringskanaal met als doel natuurgebieden als het Pompveld en de Kornsche Boezem (Staatsbosbeheer) met elkaar te verbinden. Den Duyl is van oudsher de aanduiding van het laaggelegen komkleigebied dat centraal in het Land van Heusden en Altena ligt.

Duyl’ is een verwijzing naar ‘dulle’ een oud woord voor de lisdodde, een plant waarvan je mag verwachten dat die massaal voorkwam in de moerassen, in het hart van het rivierengebied. Daar waar het hoge water stilviel en de minuscule kleideeltjes bezonken, met als resultaat de zwaarste klei die je kunt bedenken: de komklei. Het blijft tegen-intuïtief dat de allerlichtste kleideeltjes door hun extreem compacte vorm van neerslaan de allerzwaarste klei oplevert.

Op een gegeven moment liep ik naar de brede sloot om langs de oever het liesgras te laten zien aan een plantenwerkgroeplid, waarvan ik wist dat zijn vrouw Lies heet. Gewoon een aardigheidje dat, ik geef het toe, het oubollig en stoffig imago van floristen geheel bevestigt (...). Aan de oever zag ik een kikker wegspringen die vervolgens in het heldere water zichtbaar dekking zocht in de slootrand. Spitse snuit, witte streep op de rug, het zou toch geen ... ja toch, sprekend een heikikker! Meer mensen erbij, er zijn immers altijd wel enkelen die zich van al het stilstaande groen graag laten afleiden door iets bewegends: een dier! Ik laat even in het midden of dit wel de echte floristen zijn. En inderdaad: meerderen bevestigden dat het hier om een heikikker ging.

Dit is nou precies waarvoor de EVZ is aangelegd: om uitwisseling tussen de heikikkers van het Pompveld en de Kornsche Boezem te bevorderen. Dit exemplaar toonde aan dat ‘hij’ in ieder geval goed op weg was, halverwege beide natuurgebieden, of was het een ‘zij’? Je ziet het niet hé, een heikikker kan zomaar een 'zij'-kikker zijn. Heikikkers zijn in tegenstelling tot bruine kikkers veel minder algemeen in ons land. Beide soorten lijken sterk op elkaar. De heikikker onderscheidt zich door een witte streep midden over de rug en een spitse snuit. In de paartijd kleuren de mannetjes enkele dagen prachtig blauw, zelf heb ik nooit het geluk gehad zo’n blauw exemplaar te zien. Zegt wel iets over z’n zeldzaamheid, ik loop tenslotte al vijftig jaar door de weilanden te struinen ...

De bruine kikker kun je overal in het agrarisch gebied aantreffen, de heikikker is een veel minder talrijke soort van natte hoog- of laagveen gebieden, veenweiden en toch ook: komkleigebieden. Door een samenloop van omstandigheden werd de EVZ Den Duyl in 2016 een brandpunt van activiteiten van onze vereniging. Niet alleen de flora werd in kaart gebracht maar ook werden er in de nazomer de kleine zoogdieren met cameravallen geïnventariseerd. Dit leverde onder meer prachtige beelden op van een wezel.

Daarnaast ontfermde de beheercommissie natuurgebieden zich over deze natuurrand: het beheer van maaien en afvoeren van de oeverstrook werd in overleg met gemeente en waterschap opgepakt. In december tenslotte werd een experiment gestart met het opruimen en verwerken van sloot- en oevervegetatie (slootspecie) in staande wallen die overwinteringsgelegenheid moeten bieden voor allerlei diersoorten. Een nestor op het gebied van amfibieën in onze gelederen adviseerde hierbij en doopte dit geheel met de naam heikikkerwal: toepasselijker kan het niet!