Het rammelt en het ranst

Je houd het nauwelijks voor mogelijk, maar er zijn er die nu al volop de lente in hun bol hebben. Terwijl de ijzige kou het landschap regelmatig in wintertooi zet en wij de ijzers weer onder binden zijn er al volop voorjaarsachtige perikelen gaande. Zo is al vanaf eind december de rammeltijd van de hazen aan de gang.

Nou, dat rammelt aan alle kanten! Vrijwel dagelijks zie ik treintjes hazen achter elkaar aan hobbelen in het veld. Vaak een moerhaas voorop en wat mannen(rammelaars) er achter aan. Dat vredig gehobbel slaat zomaar om in verwoede gevechten waarbij de mannen staande op de achterpoten boksen, enorme buitelingen maken en de plukken vacht in het rond vliegen. Menig rammelaar komt er niet zonder oorscheuren vanaf.

De eerste jonge haasjes worden al in februari geboren! Vaak komt van die eerste worp weinig terecht vanwege de nog heersende kou en gebrek aan voedsel en dekking. Iets later begint de ranstijd van de vossen. Maar ook zij zijn nu druk doende met het verzorgen van nageslacht. En dat is te ruiken ook! De rekels(mannetjesvossen) brengen overal markeringen aan met hun plasjes, en die -laten we zeggen- markante geur komt me overal tegemoet in het veld.

Het mooiste is hun wonderlijke, nachtelijk geroep. In de ijle winternachten draagt hun hoog jankende blaf heel ver. Stil luisterend in het nachtelijk duister hoor ik ze soms van grote afstand elkaars roep beantwoorden. Als een soort reserve-wolf van de lage landen. Het mooie is dat de normaal gesproken schuwe Reintje tijdens de ranstijd veel vaker te zien is. De rekels lopen heel wat kilometers op zoek naar een geschikte partner. Gehaast en met de neus pal over de grond zie ik ze door het veld gaan. Komt het tot een paring dan is de roze wolk rap vervlogen. Het grommen, janken en bijten doet weinig romantisch aan. Niet verbazend dus dat de liefde vervolgens weer voor tien maanden bekoeld.