Medemblikse steenuil

Het ringen van uilen kan veel informatie opleveren. Een terugmelding levert soms informatie op over doodsoorzaken, maakt af en toe familieverbanden duidelijk en laat meer over het trekgedrag van jonge uilen zien. Niet iedereen ziet het nut in van het ringen want “er is toch al veel bekend en waarom moet je alles willen weten”? 

Regelmatig krijg ik dan ook vragen over de noodzaak van het ringen, van mensen die menen dat we de uilen beter met rust kunnen laten. Persoonlijk (en met mij vaak ook de erfbewoners) word ik nog steeds blij van elke terugmelding en de informatie die we daarmee krijgen. Maar dat is natuurlijk geen reden voor ringonderzoek. Zelf vind ik ringen absoluut zinvol, anders zou ik geen ringersopleiding gedaan hebben.

Vanaf 2009 ben ik verbonden aan Stichting Vogelasielasiel Someren en laten wij uilen van daaruit weer vrij in de natuur. Dit zijn zowel uilen die als takkeling zijn binnengebracht als volwassen vogels met een schade. Als de uilen weer hersteld en aangesterkt zijn en zich weer in de vrije natuur kunnen redden, worden ze losgelaten. Voor ik zelf een ringvergunning had, schakelden we altijd een ringer in om asieluilen te merken met het bekende metalen ringetje. Kritische geluiden hierop waren: moet je dat wel doen? is dat wel zinvol? hebben die uilen überhaupt wel een overlevingskans?

Wettelijk gezien moeten alle vogels die in een asiel binnenkomen ook weer losgelaten worden of als dat niet kan, geëuthanaseerd worden. Het beleid van de Nederlandse ringcentrale was tot voor kort onduidelijk. Asieluilen mochten wel geringd worden, maar alleen als men voor tweehonderd procent zeker wist dat de vogel gezond was en een goede kans maakte op overleven in de vrije natuur. Er werd dus niet gezegd dat het niet mocht en dat gaf ons in elk geval de ruimte om ringer (en later onze zeer leermeester) Bert de Kort in te schakelen voor een project waarbij we proberen te achterhalen hoe het met de uitgezette uilen verder gaat.

Mijn stelling was: als je wilt weten of het zinvol is om uilen uit het vogelasiel, adulten of volgroeide jongen, weer los te laten en of zij een kans hebben om het te redden in de vrije natuur dan zal je daar onderzoek naar moeten doen.

Er hebben inmiddels al heel wat uilen zo een tweede kans gekregen. Verzwakte of gewonde uilen zoals verkeer- en raamslachtoffers, en jonge uilen die in het asiel zijn beland. Om te weten hoe het verder met ze gegaan is, zijn we wel afhankelijk van terugmeldingen. Die zouden we graag veel vaker krijgen dan nu het geval is. Bij deze dus meteen een verzoek. Vindt u een dode of levende uil met een ring? Schrijf dit nummer dan op en voer dit in op www.griel.nl. Graag met vermelding van de omstandigheden waarin u deze uil aantrof.

Gelukkig hebben we door de jaren heen al een aantal leuke terugmeldingen gekregen. Een van de mooiste terugmeldingen gaat over ‘onze’ Medemblikse uil zoals we hem nu noemen. Als jong het asiel binnen gebracht, door mijzelf tijdens mijn ringopleiding in oktober 2013 geringd en daarna vrijgelaten in Helvoirt. In mei 2014 kwam er een terugmelding dat deze uil een vrouwtje bleek te zijn dat nu op drie eieren zat in Medemblik. Deze uil had dus een afstand afgelegd van maar liefst 123 km vanaf de ringplaats. Duidelijk dus geen zwakke broeder ondanks haar asielstatus. Helaas zijn de eieren het eerste jaar niet uitgekomen.

In 2015 kwam er wederom een bericht uit Medemblik, dit keer zat ‘onze’ uil enkele huisnummers verderop met twee gezonde uilskuikens. Het afgelopen broedseizoen waren we dan ook zeer benieuwd naar bericht uit het noordwesten van het land. En gelukkig, al tijdens het broedseizoen stuurde Jopie Koeleman van de Medemblikse uilenwerkgroep een melding dat het betreffende vrouwtje weer met twee jongen was aangetroffen. Niet alleen is de geschiedenis van de uil in Medemblik bijzonder, ook zit zij steeds als eerste uil in de regio op eieren nu dus al drie jaar op een rij. Zou ze eerder met broeden beginnen onder invloed van haar Brabantse genen? Of is het gewoon een snelle dame die van aanpakken weet?

Ik ben benieuwd of seizoen vier ook succesvol gaat worden. Brabants Landschap deelt oorkondes uit als een steenuil 5 jaar ergens gebroed heeft en stiekem hoop ik dat deze succesvolle asieluil volgend jaar haar jubileumjaar heeft. In dat geval sturen we vanuit Brabant natuurlijk een oorkonde naar Medemblik.

Foto: Willie-Jan Staps