Nieuws

We zijn 15 juni gepasseerd, wat betekent dat de hooitijd weer is aangebroken in onze natuurterreinen. Het zijn nu drukke dagen voor niet alleen de boeren, maar ook de natuurbeschermers, heel vaak schouder aan schouder.

Wat is er namelijk aan de hand? We laten het gras van onze weilanden veel langer staan dan in het reguliere boerenland gebeurt. (Daar kan de eerste maaibeurt al in april vallen.) Dat is om veldbloemen de kans te geven zich te ontwikkelen. En jonge vogels en zoogdieren vinden er een veilige plek om op te groeien. Maar op een gegeven moment wil de boer er toch eens met zijn cyclomaaier op uit trekken. Anders heeft het hooi, bedoeld als wintervoer voor het vee, bijna geen voedingswaarde meer. Goed, de meeste vogels zijn - letterlijk - al gevlogen, maar van de andere kant kan er nog veel schuil gaan in het gras: jonge hazen en reeën bijvoorbeeld. Dit jonge leven is zo waardevol, ontroerend en kwetsbaar dat alle zeilen worden bijgezet om ‘botsingen’ te vermijden. Maar soms gaat het, alle positieve inspanningen ten spijt, mis …

Je doet alles goed, en toch …
… zoals afgelopen dinsdag 16 juni in het Markiezaatsmeer. Een reekalfje dat zich plat drukte in het gras - een natuurlijke reflex die helpt tegen havik en vos – kon niet op tijd gered worden. Het kon niet anders dan afgemaakt worden. Vreselijk voor het diertje zelf natuurlijk, maar ook een ingrijpende ervaring voor de boer die de maaier bestuurde en onze boswachter ter plaatse. Ze waren er allebei kapot van. Want ze hadden, zoals te doen gebruikelijk, alle voorzorgsmaatregelen genomen. Wanneer een boer bij ons wil maaien, belt hij een paar dagen van tevoren de boswachter. Die speurt dan alleen of met anderen de te maaien percelen af op jong leven. Daarbij bedienen ze zich soms van goed getrainde speurhonden. Wat ze vinden aan jong spul wordt verplaatst naar veiliger oorden. Ook worden in het weiland stokken geplaatst met wapperend en ritselend spul waar dieren van op de vlucht slaan en het perceel mijden. Dan deed je alles dus goed, maar kan er kennelijk toch nog iets misgaan. Ook in gebieden die toebehoren aan natuurorganisaties.

Gras in boerenland
Brabants Landschap zet zich óók in voor natuur buiten haar eigen terreinen, in het reguliere boerenland. Met name weidevogels hebben haar warme belangstelling, denk daarbij bijvoorbeeld aan kievit en grutto. De legsels en kuikens van deze vogels worden er zo goed mogelijk beschermd. Helaas vindt dit maar plaats over een oppervlakte van 12.000 hectare (120 km²), terwijl de totale Brabantse oppervlakte cultuurgrond 315.000 hectare beslaat, wat meer dan 25 keer zo veel is. Dankzij de inzet van 700 vrijwilligers, verspreid over de hele provincie, worden in samenwerking met bereidwillige boeren de nesten gemarkeerd met palen. Zo kan de boer er bij het maaien omheen rijden. Omdat het hier geen reservaten betreft, wordt het gras er al veel eerder gemaaid.  Door het creëren van ‘vluchtheuvels’ en de slootkanten (voorlopig) te sparen, hebben de kuikens en hun ouders er toch uitwijkmogelijkheden. Zonder de inzet van deze vrijwilligers zou er wellicht geen kievit meer rondvliegen in Brabant. Wilt u zich bij deze vrijwilligers aansluiten? Dat kan! Klik hier voor meer informatie.

EdJree 12