Nieuws

Ja hoor, het is weer zover. Vanaf 1 mei zien we weer koeien in de wei. Dan worden ze ‘ingeschaard’ zoals dat heet.

Na een verblijf van 6 maanden op stal. De andere helft van het jaar, tot 1 november, mogen ze naar hartelust dartelen en dollen in het groene gras. Een vanzelfsprekendheid, zult u wellicht opmerken, toch is dat - helaas - niet zo. 
Sinds een jaar of 10 zien we een landelijk trend om deze voor ons landschap zo karakteristieke dieren het héle jaar door op stal te houden. Dat is om de vrijkomende weiden puur als productieruimte in te kunnen richten. Wat niet alleen slecht is voor natuur en landschap, maar bepaald ook dieronvriendelijk. Brabants Landschap vindt dat een koe in de wei thuis hoort. Ze wordt tijdens haar leven toch al uitgemolken en eindigt vroeg of laat onherroepelijk in het slachthuis. Daar hoef je geen drama van te maken, maar gun deze brave beesten dan tijdens hun leven toch op zijn minst een verblijf onder de blote hemel in de vrije natuur.       

Bonte dieren …
Met 3500 hectare (35 km²) grasland zou je Brabants Landschap de grootste boer van Brabant kunnen noemen. Toch is dat niet zo. We beheren de grootste oppervlakte boerenland, maar bezitten geen enkele koe. De ‘grote grazers’ komen van anderen, de échte boeren - 400 in getal - die maar wat blij zijn dat ze hun vee bij ons kwijt kunnen. En wij verwelkomen de dames met open armen omdat ze de wei in stand houden. Zonder hun vraat en tred zouden onze graslanden namelijk binnen de kortste keren dichtgroeien en ‘verworden’ tot bos. Nou kan dat laatste ook mooi zijn, maar op sommige plekken wil je toch liever weiland houden. Want wat kan die simpele boerennatuur toch ontroerend mooi zijn.

… in een bonte wei
Als Brabants Landschap laten we drijf- en kunstmest achterwege en houden we met twee koeien per hectare (100 x 100 meter) een lage ‘vee-dichtheid’ aan. (Een eenvoudige rekensom leert dat wij ieder voorjaar weer zo’n 7000 koeien inscharen.) Het resultaat is een ‘bonte wei’ waarin het groen van het gras bijna wordt verdrongen door het geel van de boterbloem, het rood van de veldzuring en het lila van de pinksterbloem. Deze en nog heel veel andere soorten bloemen toveren een weiland niet alleen om tot een prachtig schilderij, ze lokken ook allerlei insecten aan, denk alleen al aan de bijen en vlinders. Daar komen weer vogels op af die er trouwens ook graag in of aan nestelen. De ontluikende kruidenknopjes worden weggesnoept door reeën, die de weide vooral in de ochtend of avond aandoen. Het bruist er kortom van het leven. En ja, daar gaan wij als natuurorganisatie voor. 

* De pinksterbloem komt niet tot bloei rond de bekende kerkelijke feestdag maar in de periode dat de ‘pinken’, eenjarige koeien, in de weide worden losgelaten.