Nieuws

Als directeur van het Brabants Landschap werd ik de afgelopen maanden geconfronteerd met twee gevallen waarbij medewerkers van mijn organisatie, die optraden tegen ongewenst en semicrimineel gedrag, zelf in de verdachtenbank belandden. Beide medewerkers hebben hierbij mentale averij opgelopen. Hun rechtsgevoel, en dat van een wijde kring van mensen om hen heen, is aangetast. Er gaan in onze organisatie stemmen op die zeggen ”niet meer ingrijpen, de andere kant op kijken, anders word je zelf nog gestraft”.

Dit is voor mij reden om de pen ter hand te nemen. Het is in deze gevallen de straf opleggende overheid zelf die gecorrigeerd dient te worden. Waar gaat het om?

In één van onze terreinen in West-Brabant werd de afgelopen winter asbest gedumpt. Niets bijzonders, dat gebeurt elke week. Vorig jaar werden we echter op één dag geconfronteerd met 12 stortingen in hetzelfde gebied. Het gaat hierbij om drugsafval, chemische afvalstoffen, asbest en alles daar tussenin. Het kost ons jaarlijks tienduizenden euro’s om dit te laten opruimen. Als het ook gepaard gaat met bodemsaneringen bij lekkende vaten, gedumpt door illegale XTC-producenten, loopt de schade tot in de tonnen.

Op het betreffende terrein hadden we net een asbestsanering laten uitvoeren door een gecertificeerd bedrijf, zoals dat hoort. Vervolgens kreeg onze beheerder een melding van de betreffende gemeente dat er een tiental asbestplaatjes lag in een greppel op een parkeerterrein. Het was een kleine storting die er al enige tijd lag en door onze eigen mensen over het hoofd was gezien. Onze beheerder is ter plekke gaan kijken en heeft de terreinmedewerkers gevraagd de plaatjes, die nat waren, zorgvuldig in te pakken in plastic en met de voorlader van de tractor te leggen bij de grote hoop van de asbestsanering. Hij dacht daarbij verantwoordelijk te handelen door de plaatjes snel te laten verwijderen maar had zich niet gerealiseerd hiermee de Arbowetgeving te overtreden. Als natuurlijk persoon mag je dit namelijk wel doen maar je mag er geen opdracht voor geven aan medewerkers. Een foutief besluit te goeder trouw genomen. Een waarschuwing hierbij zou op zijn plaats zijn en eventueel hadden we ook een proportionele boete wel geaccepteerd. Maar wat schetst onze verbazing? We kregen een boete van € 58.000,-- opgelegd door de Arbeidsinspectie, die was ingeschakeld door de betreffende gemeente. We werden gestraft voor het begaan van 8 overtredingen, die allemaal het gevolg waren van hetzelfde feit, storting niet gemeld, geen gecertificeerd bedrijf ingeschakeld, geen adequate veiligheidskleding etc. Onze uitleg bij de superieuren van de handhavingsambtenaar mocht niet baten. Men wil onze organisatie gebruiken om een voorbeeld te stellen en hanteert daarbij de hoogst mogelijke strafmaat. En onze medewerkers moeten verder met de wekelijke stortingen.

Het andere geval betreft een handhavingsactie tegen motorcrossers in één van onze natuurterreinen in Oost-Brabant. Elke zondag wordt er in onze terreinen op bospaden illegaal gecrost door groepen off the road motoren die met hun lawaai en onverantwoordelijke snelheid bewoners en wandelaars de stuipen op het lijf jagen en in gevaar brengen. Samen met handhavers van andere terreinbeherende organisaties en gecoördineerd door de Omgevingsdienst wachtte men de motorcrossers op bij een bekende route waar ze elke zondag langs komen.

De handhavers stelden zich in linie op, waarbij de eersten een stopteken gaven en de laatste, onze medewerker, de aanhouding zou verrichten. Volkomen onverwacht ontweken de crossers het stopteken en raasden met verhoogde snelheid recht op onze medewerker af. Die kon niet meer opzij springen en is met verschillende fracturen nu al maanden thuis.

Wat doet Justitie? Onze medewerker wordt verhoord als verdachte wegens onverantwoord gedrag door op een bospad in de route van de crossers te gaan staan, hiermee de crossers in gevaar brengend. Het gevolg is dat onze medewerker behalve het lichamelijke letsel ook een mentale kwetsuur heeft opgelopen.

Dit kan zo echt niet! We zouden mogen verwachten dat we bij het corrigerend optreden van onze medewerkers in onze terreinen gesteund worden door de overheid. Overigens doet de provinciale overheid dat gelukkig wel, maar heeft daarbij slechts beperkte bevoegdheden. We hebben hier echter te maken met de rijksinstanties die kennelijk vervreemd zijn van de werkelijkheid in het buitengebied. De betreffende instanties zouden er goed aan doen hun medewerkers verplicht op cursus te sturen met het doel weer een normaal maatschappelijk rechtsgevoel te ontwikkelen. Ik bied ze hiervoor graag enkele stageplaatsen aan.

Jan Baan

Directeur Brabants Landschap