Nieuws

Al tientallen jaren zijn in Brabant 76 uilenwerkgroepen actief met de bescherming van steenuilen en kerkuilen. Een aantal hebben inmiddels hun scope verbreed met ransuilen. Zo startte 2013 Uilenwerkgroep Dongemond met het plaatsen van kunstnesten voor de ransuil.

Eerste broedgeval in kunstnest
De kenmerkende uil met haar ‘oortjes’, die het net als de steen- en kerkuil  moeilijk heeft zich te handhaven in het buitengebied. De kustnesten zijn een alternatief voor oude kraaien- of eksternesten, waar de ransuil van nature in broedt en worden door Brabants Landschap beschikbaar gesteld. Het afgelopen broedseizoen kwam de primeur en werd voor het eerst een broedgeval in een kunstnest aangetroffen!

Al 10 kunstnesten geplaatst
De kunstnesten zijn in feite ‘gewoon’ gevlochten manden van wilgentenen, die op een hoogte van 15 tot 20 meter in robuuste bomen worden gehangen. “Meestal gebruiken we hiervoor naaldbomen of coniferen”, zegt Dennis Maas, coördinator van de uilenwerkgroep. “Omdat die heel het jaar groen blijven en beschutting bieden. We hebben gekeken waar geschikte locaties waren en in twee rondes totaal 10 kunstnesten geplaatst. Meestal is dat dan in de buurt van bestaande nestlocaties of roestlocaties. Een professionele klimmer heeft ze op de goede positie bevestigd. Ik zie mezelf op die hoogte echt geen capriolen uithalen met een kunstnest”, voegt hij er lachend aan toe.

De primeur in 2016 was een broedsel in een kustnest die in 2014 werd geplaatst. Het nest hangt aan de rand van de bebouwing, dus in de nabijheid van mensen maar wel met uitvliegmogelijkheid naar  het agrarisch landschap. Hier vindt de ransuil haar voedsel in de vorm van muizen en vogeltjes.  

Charme van monitoren zit in de bedelroep van de jongen
“Een telescoop heb ik niet, maar met m’n camera kan ik genoeg inzoomen.  Toch kun je vanaf de grond niet zien of er op een nest gebroed wordt. Het broeden door ransuilen gebeurd namelijk heel stilletjes en onopgemerkt. Maar, eind mei belde een oplettende omwonende mijn collega Peter dat ze ’s avonds uilengeluiden hoorde. We wisten gelijk dat het raak was, want de charme van het monitoren van jonge ransuilen zit ‘m in de bedelroep van de jongen.”

Jongen verlaten met tussenpozen het nest
Jonge ransuilen beginnen te bedelen om voedsel als ze het nest verlaten. Ze maken dan een onmiskenbaar hoog geluid ‘kie-jèè’. Omdat bij uilen de jongen verschillende leeftijden hebben, verlaten ze met tussenpozen het nest. “Ze zitten dan allemaal op andere plekken, dus het was prachtig om vanuit verschillende hoeken de jongen te horen!”, verteld Dennis enthousiast. Uiteindelijk kwamen we er in juni achter dat het om 4 stuks ging. De jongen hebben eind juni de omgeving van de nestplaats verlaten. “Wat er achter is gebleven aan eieren weten we niet, maar 4 jongen is voor de ransuil erg goed.”

Eerste broedgeval al in februari gemeld
In de gemeente Geertruidenberg volgt de Uilenwerkgroep meer locaties op de voet. “We hadden een andere locatie met ransuilen op een oud kraaiennest. Daar was in februari al een eerste broedgeval, waarbij 1 jong groot is gekomen. In mei vonden we op exact dezelfde plek een tweede broedsel, waarvan 4 jongen uitgevlogen. We vermoeden dat dit paartje jaarrond aanwezig is in dit gebied en ook gebruik maakt van een roestplek die we in de winter tellen.”  

Bijzondere samenwerking met ambachtelijk mandenvlechter 
Vanwege dit kleine maar unieke succes zal Brabants Landschap de komende jaren verder gaan met het beschikbaar stellen van kunstnesten. Hiervoor is een leuke samenwerking gevonden met een ambachtelijke mandenvlechter, Ad van Esch. Met zijn prachtige vlechttechnieken maakt hij stevige kunstnesten van speciaal behandeld wilgenhout.  In ieder kunstnest gaat ruim 3 uur vlechtwerk zitten. Maar, Ad doet het graag voor het goede doel: de uilenbescherming.  

Voor meer informatie
Ziet of hoort u ook ransuilen? Meld dit dan bij de lokale uilenwerkgroep bij u in de omgeving. Lees ook het blogartikel van uilencoördinator Anita van Dooren over de ransuil. 

Bekijk alle 6 de foto's

Foto's