Nieuws

“Natuurbeheer door boer groot fiasco” kopt Trouw op donderdag 16 mei.

Al meer dan 10 jaar weten we dat het zogenaamd vlaktegewijs of perceeldekkend extensief agrarisch gebruik van gronden botanisch onvoldoende resultaten oplevert in relatie tot de vergoeding die een boer daarvoor kan krijgen. Dit is niet zo vreemd. Landbouw is nu eenmaal het uitoefenen van een monocultuur met als doel zoveel mogelijk opbrengst te krijgen van een hectare grond.

Elders in de Trouw van 16 mei betoogt de zojuist als hoogleraar in Wageningen benoemde Argentijn Pablo Tittonell dat dit zelfs geldt voor de ecologische landbouw. De teelt van gewassen is nu eenmaal iets anders dan beheer van grasland gericht op natuurresultaten.

In Noord-Brabant zijn we om die reden al tientallen jaren bezig met agrarisch randenbeheer. Dit gebeurt in een samenwerkingsverband van boeren, landgoedeigenaren en natuurorganisaties en wordt financieel ondersteund door de Provincie, waterschappen en gemeenten. Over enkele jaren hopen we daar ook Europa bij te betrekken via het zogenaamd GLB (= gemeenschappelijk landbouwbeleid).

Dit randenbeheer levert juist zeer belangrijke natuurresultaten op, met name faunistisch voor insecten, vlinders, weidevogels, akkervogels en kleine zoogdieren maar ook botanisch als het gaat om ecologische verbindingszones die een breedte hebben van minimaal 25 meter. Met deze aanpak blijkt het mogelijk intensief agrarisch gebruik van landbouwpercelen te combineren met ecologisch rijke randen. De Ecologische Hoofdstructuur van natuurgebieden wordt zo in de agrarische gebieden versterkt met een fijnmazig netwerk van randen en ecologische verbindingszones, die veelal gecombineerd worden met beken en sloten.

De ecologische resultaten hiervan wegen ruimschoots op tegen de kosten. Bij het weidevogelbeheer levert het ook stimulerende combinaties op van boeren en vrijwilligersgroepen. Overigens is er wel degelijk effectief perceelsdekkend agrarisch natuurbeheer binnen delen van de Ecologische Hoofdstructuur mogelijk. In Noord-Brabant experimenteren we met de aanpak “ondernemende EHS”. Mits goed gesitueerd ten opzichte van de natuurgebieden en binnen goede hydrologische randvoorwaarden kan dit een toegevoegde waarde hebben. Je moet dan echter niet in de eerste plaats kijken naar de botanische resultaten in het perceel maar naar de landschapsecologische effecten van het geheel.

De berichtgeving zoals die nu naar buiten komt als zou agrarisch natuurbeheer een groot fiasco zijn is dus ongenuanceerd en eenzijdig en bovendien is het oud nieuws.

Kunnen we niet stoppen met dit soort mantra’s en onze aandacht richten op hoe het wel effectief kan?

Gecombineerd met een goede Ecologische Hoofdstructuur van natuurgebieden is er niets mis met een intensief en efficiënt gebruik van agrarische gronden mits het wordt aangevuld met randenbeheer en met een evenwichtig grond- en oppervlaktewaterbeheer. Van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen moeten we zien af te komen.

 

Jan Baan

Directeur Brabants Landschap

Bekijk alle 8 de foto's

Foto's