Nieuws

De uilenwerkgroepen in Noord-Brabant houden zich vooral bezig met de steen- en kerkuil. Deze soorten, van nature holenbroeders, zijn makkelijk te helpen, via biotoopverbetering (erven!) en door er nestkasten, kunstmatige holtes, voor op te hangen. Maar als zich de kans voordoet om andere uilen te helpen, wordt die gegrepen.

Een uiltje knappen …
Over de ransuil, die broedt in oude kraaiennesten, is relatief weinig bekend. Ze komen de herfst en winter door op gezamenlijke slaapplaatsen, zogenaamde ‘roesten’. Die bevinden zich in naaldbomen als den, spar en thuja en loofbomen als hulst, berk en wilg. Omdat ze overdag toch alleen maar wat zitten te doezelen, laten ze zich makkelijk observeren. Toch zijn deze roestplaatsen - ook al kunnen de uilen jaren achtereen dezelfde boom trouw blijven - lang niet makkelijk te vinden door hun schutkleur en -houding. Daar komt bij dat er steeds meer wordt overwinterd in dorpen en steden, in particuliere tuinen. Alleen via derden kom je dergelijke plekken op het spoor.

… waar doe je dat?
De ransuil - die het moeilijk heeft - is er bij gebaat als zijn roestplaatsen in kaart worden gebracht. Door de dieren, van enkele tot tientallen per roest, bij elkaar op te tellen krijgt men namelijk een betrouwbare indruk van de stand. De schommelingen daarin worden zichtbaar door het tellen jaarlijks te herhalen. De ransuilenwerkgroep van het IVN Oisterwijk doet dit niet alleen voor haar eigen gemeente, maar voor heel Brabant. Wilt u deze uil helpen, geef dan de bij u bekende roestplek(ken) door, ook meldingen uit het verleden zijn waardevol. Hoe beter de ‘roesten’ in beeld, hoe makkelijker beschermingsmaatregelen zijn te nemen. Want deze dieren zijn gevoelig voor verstoring en maar al te vaak worden roestbomen (buiten het seizoen) uit onwetendheid gekapt. Wanneer eigenaren van de bijzondere betekenis in kennis worden gesteld, is de kans groot dat ze van deze rigoureuze maatregel afzien.

Meehelpen?
Mail uw gegevens naar Christien Hermsen via chris10h@planet.nl.

Verder lezen