Nieuws

Zomer 2014 maakten studenten van de Hogere Agrarische School (HAS) in Den Bosch, in opdracht van Brabants Landschap, een studie naar het beste erf voor steenuilen. Nagegaan werd aan welke biotoopeisen moet worden voldaan. De uitkomsten ervan worden gebruikt om (potentiële) ‘gastgevers’ - mensen die een nestkast aanbieden op hun erf - te adviseren over de (her)inrichting van hun erf.

De onderzoekers gingen wetenschappelijk te werk. Er werden maar liefst 77 erven op de biotoopeisen van de steenuil onderzocht, gelijk verdeeld over erven waar al sinds jaren met succes jongen uitvliegen, erven waar de steenuil wel tot broeden komt maar geen jongen uitvliegen en erven zonder steenuilen maar wel broedgevallen binnen de uitvliegradius (= korter dan 2 km) van deze soort. Bovendien is een gelijke spreiding in grondsoort gezocht.

Hoewel de steenuil lang niet op elk erf dat geschikt leek tot broeden kwam en hij dat van de andere kant wel deed op ogenschijnlijk minder geschikte erven, kwam men op basis van een uitvoerige inventarisatie toch tot een model van het meest geschikte erf. Kort samengevat moeten de dieren er veilig zijn tegen gevaar en voldoende voedsel kunnen vinden. Terwijl de nestkast zelf in veel gevallen al voldoende is als schuilgelegenheid tegen predatoren, is het natuurlijk niet verkeerd wanneer verspreid over het terrein nog meer plekken zijn waar ze zich kunnen verstoppen, onder overkapping bijvoorbeeld of waar een dakpan is uitgevallen.

Het meeste voedsel en het veelzijdigste voedselpakket wordt gevonden op erven met een grote variatie aan kleinschalige landschapselementen. Door het open karakter is een (gladgeschoren) gazon aantrekkelijk voor de steenuil om er te jagen, want dat doet hij op zicht. Hij vindt er regenwormen, maar zal er tevergeefs zoeken naar muizen en grotere insecten als kevers. Die vindt hij wel in extensief begraasd grasland - denk daarbij aan paarden- en schapenweitjes - waar als ‘vanzelf’ ruigtes ontstaan. Dat is vooral het geval als de begrazing afwisselend plaats vindt in ruimte en tijd. Heggen / struwelen werken alleen positief wanneer ze voorkomen in combinatie met open biotoop. Alleen dan bieden ze een schuilplaats aan steenuil en prooidieren.

Krijgt struweel de overhand dan wordt het erf te besloten en ontstaat het biotoop voor roofdieren (waaronder de bosuil). Wordt het te besloten dan voelt de steenuil zich niet op z’n gemak. Zorg ervoor dat grasland ook afwisselt met akkerland, het liefst bezet met zomergranen als rogge, gerst en haver, omdat die de meeste insecten en muizen aantrekken maar ook kleine zangvogels (vinken, mussen en gorzen), tevens prooidieren van de steenuil. Takkenhopen verrichten verspreid over het terrein wonderen. Ze lokken muizen - maak er dus openingen in! - en bieden jonge uilen die ‘uit de kast komen’ een schuilplaats. Stapels strobalen kunnen ook voor dit tweeledige doel dienen. Belangrijke componenten die op geen steenuilenerf mogen ontbreken zijn tenslotte solitaire bomen. Vooral volgroeide knot-, fruit- en notenbomen zijn geschikt als rust- en broedplaats. Vanwege de vele kieren en holtes geldt in dit geval: hoe ouder hoe beter.

De hele rapportage is te downloaden door op de afbeelding hieronder te klikken. Wilt u op de hoogte blijven van de uilenbescherming in Brabant, meldt u dan aan voor onze nieuwsbrief Uilenwerk.

Front rapport 

Bekijk alle 11 de foto's

Foto's