Soortenbescherming

Kerkuil, kievit of gentiaanblauwtje. Sommige soorten hebben extra hulp nodig. Want met een beetje extra hulp blijven ze gewoon in Brabant.

Bijzondere soorten dreigen te verdwijnen
Met sommige diersoorten gaat het ronduit slecht. Ten opzichte van 1990 is bijvoorbeeld nog maar 37% van de veldleeuweriken en 50% van de kieviten over en de bijzondere vlinder het gentiaanblauwtje neemt 15% per jaar af. Met gewoon natuurbeheer zijn dit soort dieren vaak niet te redden, maar specifieke maatregelen helpen wel. Brabants Landschap neemt dan ook speciaal maatregelen voor bepaalde dieren en planten. Dat doen we binnen onze eigen natuurgebieden, maar vooral erbuiten via het Coördinatiepunt Landschapsbeheer.

Honderden vrijwilligers
Vaak gaat het om concrete maatregelen die worden uitgevoerd door bij ons aangesloten vrijwilligersgroepen. Elk jaar gaan honderden mensen aan de slag. Zo werken we met 250 uilenbeschermers, 750 weidevogelbeschermers, 1.300 boeren en 4.000 particulieren die meehelpen met bescherming. Wat er precies gedaan wordt hangt sterk af van wat de soort nodig heeft. Voor veel soorten worden tegelijkertijd gegevens verzameld om te kijken welke beschermingsmaatregelen het beste werken.

Verder lezen:

Zelf aan de slag als vrijwilliger: weidevogelbescherming

Zelf aan de slag als vrijwilliger: uilenbescherming

Zelf aan de slag als vrijwilliger: vleermuizen en steenmarters

Zelf aan de slag als vrijwilliger: grote gele kwikstaart