Inrichting nieuwe natuur

Nieuwe natuur is onmisbaar voor het behoud van veel dieren en planten. Dan moet de milieukwaliteit wel op orde zijn.

 

  

 

 

 

  

Historie
Als het Brabants Landschap een nieuw natuurgebied in handen krijgt, wordt de kaart erbij gepakt. Die van die van de bodem, die van de omgeving en die van vroeger. Waar komt het grondwater van nature boven? Hoe past dit gebiedje in het landschap? Welke dier- en plantensoorten komen of kwamen hier voor? Van daaruit maken we een zogenaamd referentiebeeld. Daarin staat hoe de natuur zich kan ontwikkelen. Langs de rivieren is dat bijvoorbeeld wilde natuur die zichzelf in stand houdt, terwijl we weilandjes liever tot een bloemrijke weide laten ontwikkelen, of soms zelfs tot een zeldzaam blauwgrasland (een soortenrijk voedselarm hooiland).

Milieukwaliteit
Met alleen een referentiebeeld ben je er niet. Veel nieuwe natuur heeft te maken met zogenaamde ver’s ; verzuring, vermesting en verdroging. Het is er bijvoorbeeld veel te droog, waardoor een specifieke plantengroei zich niet kan ontwikkelen. In zo’n geval kijken we bijvoorbeeld of het mogelijk is en zin heeft om de grondwaterstand omhoog te brengen en het verdroogde gebied om te vormen tot een natte natuurparel. Een ander probleem is een teveel aan meststoffen. Als er veel meststoffen zijn, kunnen slechts enkele planten goed groeien. De rest raakt verdrukt. Soms kunnen die meststoffen deels worden afgevoerd door te maaien en incidenteel graven we een stukje van de bodem af zodat schralere grond weer bovenkomt. Dat doen we alleen na een uitgebreide studie en alleen als zich hele bijzondere natuur kan ontwikkelen zonder dat belangrijke aardkundige of archeologische waarden worden aangetast.

Specialistisch samenwerken
Het opstellen van een referentiebeeld en het verbeteren van de milieukwaliteit is specialistisch werk. Daarbij hebben we elke keer een andere methode nodig en moeten we af en toe ambities bijstellen. Het is continue zoeken wat het beste is voor de natuur, en voor andere sectoren. Als wij natuur bijvoorbeeld natter maken, wordt de landbouwgrond van de boer om de hoek soms ook ongewenst natter. Wij nemen altijd de hele omgeving in ogenschouw en werken we samen andere partijen zoals adviesbureaus, gemeenten, Provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat en de Dienst Landelijk Gebied van het ministerie van Economische Zaken. Vaak combineren we natuur met andere functies. Op Keent bijvoorbeeld, daar beschermt onze natuur tegen overstromingen.